Eindigt hier mijn hardloopjaar?

Het is de vraag die door mijn hoofd gaat terwijl ik naar het plafond staar. Niet aan het einde van een race met een medaille rond mijn nek en het euforische gevoel na de finish gepasseerd te zijn, maar hier op deze onderzoekstafel met de koude gel van de echo die zojuist gemaakt is nog op mijn buik?

Eind juni tijdens een willekeurige training voelde ik tijdens het lopen pijn in mijn buikspieren. Niks bijzonders, spierpijn komt wel vaker voor. Hoewel deze pijn wel langzaam afnam in de dagen erna ging deze zeker niet helemaal weg. Nog steeds niet echt gealarmeerd hierdoor bleef ik mijn trainingen trouw zoals ik deze gepland had gewoon doen.

En zo liep ik ondanks dit ongemak nog gewoon mijn 45 kilometer verkenningstocht over een deel van het Trail des Fantomes parcours in de Ardennen, nog iets meer als een handvol 20 – 40 km trainingen en liep ik samen met Fabrice in Zwitserland de 51 kilometer lange Eiger Trail.

De pijn werd niet echt erger maar was bij hardlopen wel continu aanwezig, waardoor ook het plezier in het lopen verdween. Waar ik voorheen er naar uitkeek om urenlang op pad te gaan en zonder problemen 20, 30, 40 of nog meer kilometers af te leggen werd het een steeds grotere opgaaf om mijn loopschoenen aan te trekken. Logisch denk ik, niemand zit erop te wachten om uren lang pijn te verbijten.

Een week na de Eiger Trail liep ik in alle vroegte de deur uit voor een trainingsrondje van 10 kilometer. Na een paar honderd meter stop ik en smijt mijn drinkfles uit frustatie tegen de grond. Het doet te veel pijn, terwijl ik mijn gedeukte drinkfles weer opraap komt Astrid al op me afgerend, op weg naar het station wandelde ze een stukje achter me en heeft gezien wat er gebeurde.

Als ze bij me is zeg ik: “het wordt tijd om naar de dokter te gaan, dit gaat niet vanzelf over”. Ik loop langzaam terug naar huis, stap onder de douche en later op de dag bel ik de huisarts om een een afspraak te maken. Drie dagen later, vrijdagochtend 8:40, zit ik bij de huisarts. Ze hoort mijn klachten aan en onderzoekt me, op zoek naar de oorzaak ervan. Ze vindt het moeilijk te beoordelen en geeft me een verwijzing voor een echo.

En zo lig ik enkele uren later op de onderzoekstafel op de afdeling radiologie in het ziekenhuis te wachten tot de radioloog terug komt, het lijkt een eeuwigheid te duren terwijl hij overlegt met de arts in het kamertje hiernaast. Als hij terugkomt vertelt hij me dat het er op lijkt dat ik een liesbreuk heb. Het vervolg zal ik van de huisarts horen.

Een paar minuten later sta ik weer buiten en loop ik weer naar huis. De pijn in mijn rechter lies tijdens het lopen benadrukt de diagnose die ik zojuist gehoord heb. Het regent maar verzonken in gedachten denk ik er niet aan de paraplu te pakken die ik bij me heb. Met mijn blik naar de grond gericht en de tranen in mijn ogen loop ik de 2 kilometer vanaf het ziekenhuis weer naar huis.

Er komt geen mooie finish aan het einde van een loodzware 100 kilometer Trail des Fantomes dwars door de Ardennen, geen prachtig avontuur in de vorm van het doorkruisen van het Engelse lake district en niet mijn eerste 100 mijl race aan het einde van het jaar. In plaats daarvan komt er een operatie en een periode van herstel en opnieuw opbouwen.Het lichaam wat zo sterk leek te zijn laat me op dit cruciale moment even in de steek.

Enkele dagen na de afspraak bij de radioloog heb ik telefonisch contact met de huisarts. Ze bespreekt nogmaals de diagnose die in het ziekenhuis is gesteld met me maar geeft aan dat er geen 100% uitsluitsel is dat het daadwerkelijk een liesbreuk is. Een afspraak bij het liesbreukcentrum in Zeist moet hier uitsluitsel over geven.

Op 15 augustus weet ik als het goed is meer. Is het inderdaad de vermoedde liesbreuk dan ga ik ergens in september onder het mes. Is het dat niet dan rest de grote vraag, wat is het dan wel. De klachten worden immers niet minder en de pijn die blijft.

Mijn gevoel wisselt tussen hoop en angst. Hoop dat het toch een “eenvoudige” blessure is en angst dat het echt iets ernstigs is of dat ze de oorzaak helemaal niet kunnen vinden. Waar moet ik op hopen? Dan toch maar hopen op de liesbreuk? Daarvan is in ieder geval duidelijk wat het traject gaat worden. 15 augustus kan mij niet vroeg genoeg komen.

Het niet kunnen hardlopen is frustrerend. Ik heb echter een duidelijke doel, zo fit mogelijk de operatie in gaan om een zo snel mogelijk herstel te realiseren en sterker terug te komen dan ervoor. Hardlopen doet pijn dus dat kan helaas niet, fietsen daarentegen gaat goed zolang ik maar op souplesse fiets. En dus fiets ik en fiets ik, buiten nog voor ik naar kantoor ga, in de sportschool of thuis voor de TV op de interactieve trainer in de wereld van Zwift.

De trailrun spullen gaan even de kast in, maar niet voorgoed. De trails zijn nog niet van me af…

 

 

 

 

 

Comments

Tags: , ,